Toen de oorlog uitbrak in mei 1940, bestond Het Nieuwe Lyceum nog maar vijf jaar. De school had net haar nieuwe gebouw aan de Jan Steenlaan betrokken en stond onder leiding van de jonge rector Van Popta, die hoge pedagogische idealen nastreefde. De school beschikte over een internaat aan het Vermeerplein, waar vooral kinderen verbleven van ouders die in Nederlands-Indië woonden. Wim Krommenhoek beschreef in twee artikelen, wat er in de oorlog gebeurde. Foto: de ruïne van het schoolgebouw na het bombardement op 29 december 1949. (Fotocollectie De Oude School)

 

Meer informatie

In het najaar van 1939 werd de oorlogsdreiging voelbaar. De Van Dijckschool werd gevorderd door het Nederlandse leger, waardoor lagere-schoolleerlingen tijdelijk in het gebouw van Het Nieuwe Lyceum werden ondergebracht. Enkele docenten werden gemobiliseerd.

Na de Duitse inval in mei 1940 werd het schoolgebouw tijdelijk bezet door Duitse militairen, die een batterij op het achterveld neerzetten. Lessen moesten noodgedwongen in het internaat plaatsvinden. Op 4 september werd het schoolgebouw weer vrijgegeven.

De bezetter voerde steeds meer regels in: distributiebonnen, een verbod op insignes, meldplicht voor verenigingen en uiteindelijk een loyaliteitsverklaring voor docenten. De rector laveerde uiterst voorzichtig om geen verdenking te wekken en de school te beschermen.

1941: Gelijkschakeling

In 1941 schakelde men de gang van zaken op school verder gelijk met de wensen van de Duitsers. De inspectie beoordeelde docenten op politieke betrouwbaarheid en leerlingen mochten geen politieke symbolen dragen. De rector waarschuwde dat elke politieke uiting de toekomst van de school in gevaar kon brengen. Eind augustus volgde een dieptepunt: Joodse leerlingen mochten niet meer worden toegelaten. De school moest hun ouders formeel meedelen dat de kinderen niet mochten terugkeren.

Tegelijkertijd namen de spanningen tussen leerlingen toe. Sommigen sympathiseerden met de NSB of de Jeugdstorm; anderen verzetten zich juist. Incidenten met politieke bladen, insignes en pesterijen volgden elkaar op. De rector probeerde de rust te bewaren, soms door te sussen, soms door streng op te treden.

1942: Het internaat gesloten

In 1942 bleven politieke incidenten zich voordoen. Een briefwisseling met het Opvoedingsgilde onthult mogelijk iets over de politieke voorkeur van de rector, die in NSB-termen werd aangesproken. Door voedsel- en brandstoftekorten was het niet meer mogelijk, het internaat draaiende te houden en op 23 juni moest het sluiten. Dat was een zware klap voor de school. Bij het zoeken naar nieuwe onderkomens richtte de rector zich op “gelijkgezinden”, waaronder NSB-kringen.

1943: Verhuizing en verharding

In januari 1943 werd het schoolgebouw aan de Jan Steenlaan gevorderd door de Duitsers. Binnen een maand verhuisde de school naar villa De Oase, een bouwvallig pand dat nauwelijks geschikt was voor onderwijs. De sfeer verhardde: leerlingen pestten elkaar om politieke redenen, ouders klaagden over vernielzucht en de rector moest voortdurend bemiddelen.

1944: Het bombardement

In 1944 stortte het normale schoolleven verder in. Door beschietingen bij het station konden alleen nog kleine groepen naar school komen. Op 29 december 1944 volgde de grootste klap: het schoolgebouw aan de Jan Steenlaan werd gebombardeerd en veranderde in een ruïne.

1945: Stilstand en nasleep

In 1945 konden docenten Bilthoven nauwelijks nog bereiken door gebrek aan vervoer en voedsel. In maart kwam het onderwijs volledig tot stilstand.

Kort na de bevrijding werd rector Van Popta geïnterneerd. Zijn ontslag werd al op 11 juni 1945 geformaliseerd. Conrector Jager nam de leiding over. De ruïne werd onteigend; pas jaren later verrees er een nieuw gebouw.

Terugkijkend beschouwde men Van Popta als een idealist die geloofde in gedisciplineerde opvoeding en brede vorming, maar hij had weinig charisma, was nauwgezet en volgzaam, en stond tegenover een bestuur met een harde regentenmentaliteit. Zijn voorzichtigheid tijdens de oorlog werd hem na 1945 fataal.

Het Nieuwe Lyceum verloor in de oorlog zijn idealistische elan. Na 1945 werd het een degelijke, maar minder visionaire school. Het vuur van de beginjaren was gedoofd.

DAB

 

Literatuur:

Krommenhoek, W., Het Nieuwe Lyceum 1935 – 1945, De donkere oorlogsjaren dl. 1 De Biltse Grift maart 2005; dl. 2 De Biltse Grift juni 2005.

Over de bombardementen:

Brugman, J.C., Luchtaanvallen, in: De Biltse Grift december 2002.

Beerends-Haan, L., Ontstaansgeschiedenis van De Bilt en Bilthoven 2, in: De Biltse Grift maart 2004 p. 7.