Op Jagtlust woonde lange tijd Jan Wolters van de Poll. Hij had bestuursfuncties bekleed in Amsterdam maar was ook directeur geweest van de Sociëteit van Suriname, een onderneming die winst haalde uit plantages waar slavernij werd gebruikt. En in Suriname bestond een plantage Jagtlust die in het bezit was van een familielid. Hierboven: een kaart van de plantage Jagtlust (Stadsarchief Amsterdam).

 

Meer informatie

Jan Wolters van de Poll (1787 – 1795) werd in Amsterdam geboren als zoon van Jacobus van de Poll, bewindhebber van de VOC, en Cornelia Wolters. De rijke Amsterdams familie Van de Poll stamde af van een burgemeester van Montfoort en had belangen in Suriname. Jan Wolters van de Poll studeerde rechten in Leiden. In 1785 werd bij bewindhebber van de Wets-Indische compagnie en daardoor directeur van de Sociëteit van Suriname. Twee jaar later trad hij toe tot de vroedschap van Amsterdam.

De komst van de Fransen en de omwenteling van 1795 leidden tot zijn ontslag in vrijwel alle functies. Tien jaar later was hij tot de overtuiging gekomen dat de Franse overheersing niet zou verdwijnen en dat hij zich beter kon aanpassen aan de situatie. Hij werd in 1806 lid van het Wetgevend Lichaam dat koning Lodewijk Napoleon instelde en daarna burgemeester van Amsterdam (1808). In 1810 benoemde Napoleon hem tot senator van het keizerrijk en daardoor verwierf hij automatisch de titel van graaf. Hij verhuisde naar Parijs.

Na de val van Napoleon keerde hij terug naar Amsterdam. Koning Willem I erkende zijn graventitel niet. Later vestigde hij zich in De Bilt op Jagtlust, het landhuis dat in de twintigste eeuw het gemeentehuis van De Bilt zou worden. Hij kocht ook de daarnaast gelegen boerderij Ekelestein en het huis Meyenhage.  Toen Jacob van Lennep in 1823 zijn voettocht door Nederland maakte, trof hij in De Bilt ook Jan Wolter van de Poll aan. Oom Van de Poll, die ‘s morgens een flauwte had gehad, vond ik erg mager geworden. 

Toen Jan Wolters van de Poll in 1826 overleed, waren zijn vrouw en zijn vijf dochters al gestorven. De landgoederen werden bij openbare verkoping verkocht.

 

Suriname

De familie Van de Poll was financieel langdurig betrokken bij Suriname. Het handelshuis Harman van de Poll en Co organiseerde twee belangrijke leningen voor Surinaamse planters, maar de directeur Jan van de Poll stak een deel van het geld in zijn eigen zak. De firma Harman van de Poll verdiende heel veel geld; in 1765 bijvoorbeeld plaatste deze 3,5 miljoen gulden bij de Amsterdamse Wisselbank.

Jan Wolters van de Poll werd in 1785 bewindhebber van de West-Indische Compagnie en als zodanig een van de directeuren van de Sociëteit van Suriname. Doordat de West-Indische Compagnie ernstige verliezen leed op de slavenhandel, richtten particulieren de Sociëteit van Suriname op, die de nieuwe eigenaar van de kolonie werd. De aandelen daarin waren gelijkelijk verdeeld tussen de stad Amsterdam, De West-Indische Compagnie en de familie Van Aerssen. Het doel was winst te maken op Suriname en dat betekende handel in suiker, koffie en cacao gebaseerd op plantages en dus slavernij. Enkele directeuren beheerden een aantal plantages. In 1795 werd de Sociëteit van Suriname opgeheven.

De familie Van de Poll had een belangrijke stem in de sociëteit. Andere directeuren waren Harmen Hendrik van de Poll, Jan van de Poll Pietersz en Willem Gerrit van de Poll, die ook secretaris van de onderneming was.

In Suriname was overigens ook een plantage die Jagtlust heette. In 1737 was Harman Hendrik van de Poll een van de twee eigenaren. In 1787 werd die plantage Jagtlust overgenomen door een negotiatiefonds, dat eigendom was van H. Insinger en H. van de Poll Harmansz. Jan Wolters van de Poll kocht in 1797 het landhuis dat van Cornelis van der Hoop de naam Jacht-lust had gekregen. Hij veranderde de naam in Jagtlust. Was dat toeval? Nee, hij was zelf ook bij die plantage betrokken. Hij was samen met Herman Albrecht Insinger directeur van de bank van Pieter Biesterbos. Die had voor 360.000 gulden geïnvesteerd in een aantal plantages, waaronder de plantages Jagtlust en Nieuwe Grond in Suriname.

DAB

Als u meer wilt weten, lees dan het boek De Bilt en zijn slavernijverleden van Dick Berents en Anne Doedens. U kunt het voor € 13,50 kopen in de boekhandel of bestellen HIER.

 

Literatuur:

K. Beesemer, Jagtlust van middeleeuwse kloosterboerderij tot eigentijds gemeentehuis, z. pl. 2000.

J.E. Elias, De vroedschap van Amsterdam 1578 – 1795, 2 dln. Amsterdam 1963.

Kwartierstaat Jan Wolters van de Poll.

P.C. Molhuysen, Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek Leiden 1909 dl 10.

Stadsarchief Amsterdam, Archief van de bank Insinger.

T. Tichelaar, Sociëteit van Suriname (Internet).

Het Utrechts Archief, Stukken betreffende verkoop en overdracht van het huis Meyenhage met bijbehorend land, 1489-1882.