
Op het adres Gezichtslaan 115 bevindt zich een grijs gepleisterde boswachterswoning van één bouwlaag met een rietgedekt zadeldak. Eerder stond op deze plek een forse zeventiende eeuwse-boerderij. [Het boswachterhuis nu. Met dank aan Henk van de Bunt.]
We lezen in ‘De Bilt, geschiedenis en architectuur’ van Broekhoven en Barends: ‘Reeds in de zeventiende eeuw wordt de naam ‘Middach’ in verband met dit gebied genoemd. Het is een zekere Cornelis Gelisz Middach die vanaf 1615 een hofstede van het Vrouwenklooster pacht. Aan het eind van de zeventiende eeuw wordt deze geslachtsnaam gebruikt als naam voor de hofstede.’
In 1826 kocht Maurits Jacob van Eyck van Zuilichem het pand. In diens administratie vond Ronald van Immerseel de volgende aantekening. ‘Anno 1826 kocht ik bij publieke veiling de landgoederen den Eykelkamp en de Middag alle annex gelegen voor de vrij aanmerkelijke som van f.26.796 doch die koop leverde eene vrij goede revenu door de uitgestrekte bosschen en landen’.
Broekhoven en Barends vervolgen: ‘In het midden van de negentiende eeuw is de hofstede uitgegroeid tot een buitenplaats die al vanaf het einde van de achttiende eeuw omgeven wordt door twee boerderijen met de namen ‘De Morgen’ en ‘De Avond’. De oorspronkelijke hofstede/buitenplaats is verdwenen maar de naam is overgegaan op de boswachterswoning. De naam ‘De Middach’ is aangebracht op de deurkalf van de voordeur. Op het dakschild aan de voorzijde staat een dakkapel. Langs de dak-overstekken bij de kopse gevels zijn geschulpte windveren aangebracht. Het pand heeft asymmetrische gevel-indelingen met in de rechterzijgevel een uitgebouwde schoorsteen. Rechts naast het pand staat een nieuw bakhuisje.’
AD
Bronnen: voor het citaat uit 1826: De Vierklank, 17 april 2018. Voorts: Sabine Broekhoven en Sonja Barends, De Bilt, geschiedenis en architectuur (Zeist 1995) p. 133.

Boerderij de Middag omstreeks 1840. Nationaal Archief, Den Haag, inventaris Eijck van Zuylichem, nr. 179.) (Foto Anne Doedens.)