Pieter Cornelis was de zoon van een dominee en werd in Renswoude geboren. In 1932 begon hij zijn eigen architectenbureau in Laren. Van Uchelen was een vertegenwoordiger van de landelijke bouwstijl, die in de jaren twintig en dertig populair was. Deze stijl werd gekenmerkt door een romantische uitstraling met luiken en huizen die veelal waren gedekt met riet of leien. Bij het ontwerpen hield hij rekening met de omringende natuur en probeerde hij zijn gebouwen daarin harmonieus te laten opgaan. Na de Tweede Wereldoorlog volgde hij de nieuwe trend en ontwierp hij meer bungalows dan de eerder zo kenmerkende landhuizen. In Bilthoven zijn ongeveer tien ontwerpen van zijn hand te vinden. Ook maakte hij in 1937 in opdracht van de toenmalige gemeente Maartensdijk een uitbreidingsplan voor Hollandsche Rading.

Afbeelding: De Beuk (met toestemming van Voorma en Walch, makelaars)

 

Meer informatie

Hij werd in 1898 in Renswoude geboren, maar over de datum van zijn overlijden zijn verschillende gegevens in omloop. Het is zeker dat hij niet in 1956 overleed, zoals in veel publicaties werd vermeld. In 1962 gaf hij immers nog een interview aan een lid van de Historische Kring Eemnes ter gelegenheid van het verschijnen van een themanummer over de door hem ontworpen en gebouwde burgemeesterswoning De Lindeboom in Eemnes. Het is waarschijnlijker dat hij in de tweede helft van de jaren zeventig gestorven is.

Na het behalen van zijn HBS-diploma en een vijfjarige opleiding aan de Rietveld Academie volgde hij enkele colleges in Delft, waar hij de bevoegdheid voor technisch tekenen en ontwerpen behaalde. Met deze diploma’s op zak vertrok hij voor anderhalf jaar naar België, waar hij onder leiding van architect Albert Van Huffel meewerkte aan het ontwerp van de Basiliek van het Heilig Hart in Koekelberg. In 1927 keerde hij terug naar Nederland om te trouwen en als chef-tekenaar te werken op het architectenbureau van Wouter Hamdorff in Laren. Zijn eerste ontwerp was een eigen woning, Het Huizeke, die hij voor zijn jonge gezin in Hilversum ontwierp. In 1932 pakte hij zijn studie weer op om het diploma BNA-architect te behalen. Daarna verhuisde hij naar Laren, waar hij in een door hemzelf ontworpen woning een eigen architectenbureau begon.

Zijn manier van ontwerpen sloeg vooral in het Gooi goed aan. In deze regio zijn talrijke voorbeelden van zijn werk te vinden. Helaas werden veel van zijn huizen in de loop der tijd aangepast, waardoor zij niet meer geheel authentiek zijn. Ook buiten het Gooi liet hij zijn sporen na. In de gemeente De Bilt werden ongeveer tien woningen naar zijn ontwerp gebouwd. Tot de vooroorlogse landhuizen behoorden onder meer De Beuk aan de Soestdijkseweg 176, villa Akkerhorst aan de Hooghlaan 25 en De Jagershof aan de Soestdijkseweg 184. Na de Tweede Wereldoorlog ontwierp hij daarnaast nog enkele bungalows en landhuizen, waaronder de woningen aan het Vermeerplein 27, de Albert Cuyplaan 60, de Wagnerlaan 1 en de Soestdijkseweg 394. Deze opsomming is overigens niet volledig.

Van Uchelen was een succesvolle vertegenwoordiger van de landelijke bouwstijl, die in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw populair was bij de meer welgestelde burgers die zich buiten de stad vestigden. De opkomst van de trein en de auto maakte deze ontwikkeling mede mogelijk. Aan deze romantische bouwstijl gaf hij een geheel eigen invulling. De noordzijde van zijn huizen was vaak lager en voorzien van kleinere ramen dan de zuidzijde. Daarachter lag de gedachte dat de bewoners zo beter tegen de weersinvloeden werden beschermd. Daarnaast vond hij het belangrijk dat een woning harmonieerde met de natuurlijke omgeving. Dat kwam tot uiting in zijn keuze van kleuren en materialen.

De plattegronden van zijn ontwerpen konden in drie hoofdgroepen worden verdeeld. De garage maakte geen deel uit van het grondplan, maar was op subtiele wijze met de woning verbonden. De eerste groep kende een rechthoekige plattegrond, waarin alle vertrekken waren opgenomen. De tweede groep bestond uit twee vleugels die samen een hoek vormden. De derde groep was een combinatie van beide voorgaande typen. De ontwerpen van Uchelen waren altijd vriendelijk en evenwichtig van compositie, eenvoudig van opzet en zorgvuldig in verhouding en kleurgebruik. Hoewel zijn huizen op het eerste gezicht niet bijzonder leken, waren zij door hun ingetogen vormgeving onmiddellijk herkenbaar.

EvdV

 

Literatuur:

Van Wijk-Blom, B., P.C. van Uchelen, architect,  Historische Kring Eemnes, juni 1992.

Het Nieuwe Instituut, P.C. van Uchelen.

Hausbrand, F.,  Kleine landhuizen in Holland, Amsterdam 1938.