Rob Herber blikt terug op zijn schooltijd in Bilthoven, waar hij in 1946 aan de Dr. W. van Everdingenschool begon. Zijn herinneringen voeren terug naar de naoorlogse jaren, toen de sporen van de bezetting nog zichtbaar waren. Hij beschrijft het schoolgebouw, de speelplaats, zijn klasgenoten en de onderwijzers, bij wie streng optreden en lichamelijke straffen voorkwamen. Foto: Zesde klas op schoolreisje.

 

Meer informatie

Mijn ouders verhuisden in december 1945 vanuit een bedompt huis op Wittevrouwen in Utrecht naar de Parklaan in Bilthoven, een hele overgang. Ik was toen 5 jaar oud. Sporen van de oorlog waren nog zichtbaar in de bunkers die overal aanwezig waren. Aan de Noord-Houdringelaan op de plaats waar nu het verzorgingshuis d’Amandelboom ligt, was een schietbaan van de Duitsers geweest waar honderden patroonhulzen te vinden waren. Wij noemden dat het Hondebosje en verzamelden de patronen, waarbij het ons ging om de verschillende kleuren van de slaghoedjes, zoals roze, paars, groen, blauw en zo voort. Het mooiste was wanneer de kogel nog aanwezig was. Die trokken we uit de patroonhuls en het kruit staken we in brand.

School begint

In september 1946 ging ik naar  de Dr. W. van Everdingenschool aan de Soestdijkseweg Zuid. Ik liep dan na een stukje Parklaan omzoomd met lindebomen rechtsaf de Hoflaan met acacia’s in tot de Soestdijkseweg en dan linksaf naar de school. In de Hoflaan stond in een tuin aan de linkerkant een bord met Koedam Schoolhoofd of iets dergelijks. Koedam was schoolhoofd toen ik in de eerste klas zat; daarna werd hij schoolhoofd van de Van Dijckschool. Vanaf 1947 was Van Rosmalen schoolhoofd.

Voordat de school begon, speelden we op de ruime, gedeeltelijk betegelde speelplaats achter de school. De eerste paar jaar was er op het terrein ook een kleuterschool in een noodgebouw gevestigd. De rest van de speelplaats was zanderig met achterin wat bomen en een fietsenstalling. Als de school begon, moesten we ons in rijen opstellen bij de ingang. aan de achterkant en onder begeleiding van de onderwijzer naar binnen marcheren. In de hal stond een zoetwateraquarium.

Les

De eerste, tweede en zesde klas waren op de begane grond en dus waren de derde, vierde en vijfde op de verdieping. We hadden nog banken met een ingebouwd inktpotje en schreven met een kroontjespen, wat mij altijd het slechtste cijfer voor schrijven bezorgde.  Er waren in de klas meer meisjes dan jongens. Van de eerste klas herinner ik me niets. In de tweede van juf Kok kreeg ik geen cijfer voor het voorjaarsrapport omdat ik alsmaar ziek was; ik had roodvonk, rode hond, mazelen en de bof.

In de derde klas kreeg ik meneer Van Straten. Het was een driftige man die soms sloeg. Tijdens gymnastiekles brak een jongen bij een val van de bok een arm, wat diepe indruk op ons maakte. De vierde klas stond onder leiding van het schoolhoofd meneer Van Rosmalen. Het was een gezette, kalende man die de gewoonte had bij het zingen vlak naast je hoofd te komen staan en te luisteren of je wel goed zong. Heel intimiderend. Zijn handen zaten ook nogal los. Meneer Kraaienhagen in de vijfde was streng, maar sloeg nooit. Hij was een typische socialist met een wit overhemd waarvan de kraag open stond. De zesde was weer voor meneer Van Rosmalen die soms met zijn zegelring keihard sloeg. Toen hij een jongen sloeg die twee keer was blijven zitten en even groot was als de onderwijzer, mepte de jongen terug. Toen was het afgelopen met slaan.

En spel

Het was traditie dat de vijfde en zesde klas in het speelkwartier een soort handbal tegen elkaar speelden. In de villa ‘De Viersprong’ was toentertijd een opvanglocatie voor Indo’s, waar ik een vriendje had zodat ik er veel kwam. De koloniale oorlog beleefden via de radio-uitzendingen van de NIWIN, de Nationale Inspanning Welzijnsverzorging Indië, een welzijnsorganisatie die zich inzette voor Nederlandse militairen in Indonesië in de periode 1945-1950. Ook de Koreaanse  oorlog was permanent aanwezig. We speelden dan landjepik daarover. Van de Indo’s leerden we katrikken.

In de jaren tachtig ging ik naar een congres in Bayreuth. Inspectie van de deelnemerslijst leerde me dat er een Koedam uit Nederland aanwezig was. Het bleek de zoon van mijn hoofdonderwijzer in 1946-1947 te zijn. Ik zei tegen hem: “Ik heb zes jaar langs je huis gelopen.”

RH

 

Foto: Zesde klas op schoolreisje. Onderwijzers Kraaienhagen links en Van Rosmalen. Voorste rij jongens v.l.n.r. Hans Elgersma, Rhody Hudzezon, Hans Stooker, Robert Douwes Dekker, Leo van der Lek, Guus…, Robby Herber, Tonnie Duiverman. De meisjes waarvan ik de namen nog weet: helemaal links Ali, vijfde van links Reina Hougee, achtste van links Ellen ten Cate, vierde van rechts Tieneke van Oostveen. Achterste rij de tweeling Leny en Nelly Zeelenberg. Egberta Wilke