In 1799 stuurde De Bilt twee inwoners, Klaas van Ingen en Jan Overvest, met twee karren en vier paarden naar Noord-Holland om mee te helpen het land te verdedigen tegen een inval van de Russen en de Engelsen. De inval werd met succes afgeslagen, maar de Biltse bijdrage was een jammerlijke mislukking. Afbeelding: de Engelse landing bij Callantsoog, anonieme gravure uit 1800. (Rijksmuseum)

 

Meer informatie

Op 27 augustus 1799 landde een troepenmacht van Russen en Engelsen in de buurt van Callantsoog op de kust van de Bataafse Republiek. Het was hun bedoeling om de erfprins van Oranje, die vier jaar eerder naar Engeland was uitgeweken, weer aan de macht te brengen. Het was in het belang van Engeland en Rusland om ons land op deze manier aan de kant van de coalitie tegen Napoleon te brengen. De prins had de bevolking opgeroepen om in opstand te komen, maar de Nederlanders stonden niet te trappelen om bevrijd te worden.

Aanvankelijk was de aanval een groot succes. De Bataafse vloot gaf zich zonder slag of stoot over en de invallers namen Alkmaar  en Den Helder in. Daarna keerden de kansen door slechte planning en matige samenwerking tussen de aanvallende landen. Bij Bergen leverden de legers  op 19 september slag, maar een deel van de Britten kwam niet op tijd door de slechte wegen en een ander deel was te laat omdat de hoge heren de horloges niet gelijk hadden gezet. De slag bij Bergen was een grote overwinning voor de Republiek en de Bataafse en Franse troepen namen Bergen in. Door gebrek aan munitie moesten de geallieerden zich terugtrekken. Nadat zij op 6 oktober bij Castricum waren verslagen, verlieten zij Holland.

In een eerder stadium had de regering voor het Bataafs-Franse leger bijdragen uit het hele land gevraagd. Van de gemeente Oostbroek en De Bilt vorderde het departementaal bestuur van den Rhijn twee karren en vier paarden met twee voerlieden. Paarden en karren werden prompt geleverd en Klaas van Ingen en Jan Overvest meldden zich aan om de wagens naar Haarlem te brengen, maar wel tegen betaling. Naast de toegezegde vergoeding uit de schatkist eisten zij een wekelijkse bijdrage van de gemeente. Ze vertrokken op 20 september en kwamen dus pas aan na de slag bij Bergen.

Na hun aankomst aldaar schreven zij begin oktober aan het gemeentebestuur wat er allemaal mis was gegaan: ze hadden geen betaling ontvangen van de Bataafse Republiek, er was geen voer voor de paarden geweest, één van de wagens was onbruikbaar, een paard was ongeschikt gebleken voor het werk dat hij moest doen, een ander paard was gestorven en een derde was gevorderd voor een andere legereenheid. Iemand had de tweede wagen ook weggehaald.  Daar zaten ze dan.

Uiteindelijk kwamen ze terug met één paard. Het gemeentebestuur besloot, de andere paarden en de onbruikbare wagen maar niet terug te halen. De hele onderneming had de gemeente dus drie paarden, twee wagens en een behoorlijk bedrag aan gemeentelijke vergoedingen gekost.

In december van datzelfde jaar riep de Republiek alle gemeentes op om de overwinning op de Engelsen en de Russen grootscheeps te vieren. De Bilt reageerde gereserveerd, want het had allemaal al te veel geld gekost. Het gemeentebestuur liet in het dorp de klok luiden en men stak de vlag uit en daar moest het maar bij blijven.

DAB

 

Literatuur:

P.H. Damsté, Het aandeel van De Bilt in de verdrijving der Engelsen en Russen in het najaar van 1899, in: De Biltse Grift, juni 2004.

O. von Pivka, Dutch-Belgian troops of the Napoleonic wars, Men at arms 098 1980.

A. Limm, Walcheren to Waterloo, The British army in the Low Countries 1793 – 1815, Barnsley 2018.

Wikipedia: Brits-Russische expeditie naar Noord-Holland, De slag bij Bergen.