In september 1787 vielen Pruisische troepen de Republiek binnen. De broer van prinses Wilhelmina, de Pruisische koning, schoot zijn zuster en haar man, de stadhouder Willem V,  te hulp in hun strijd tegen de patriotse hervormers. Dat raakte ook de kernen van De Bilt, zoals Westbroek.  Niet alleen de schout Van den Helm (zie de post over zijn claim) ondervond daar de gevolgen van. Ook de ‘gewone man’ betaalde de tol in Westbroek. (Prent uit het Rijksmuseum Amsterdam.)

Meer informatie

Op 20 mei 1795, toen de Fransen het land waren binnengevallen en de stadhouder was verjaagd, trokken twee Westbroekse ingezetenen naar Utrecht. Willem Heerman diende die dag de nota voor de plundering van hun bezit door de Pruisen in. Hij deed dat bij het nieuwe bestuur van het gewest Utrecht. Heerman had ruim 37 gulden schade geleden. De Pruisen hadden kleding, brood, melk- en wateremmers geroofd (zie hieronder). Waarschijnlijk ging Westbroeker Jan den Bollen die dag met zijn plaatsgenoot mee. Zijn claim was uitermate kort. Men leest: ‘Jan den Bollen, geplunderd van[door] de Pruissen, de somma van 16 gulden in den jaare 1787: f. 16 – -.‘ We hebben hier te maken met topje van een ijsberg, aangezien veel meer claims uit de kernen van onze gemeente en het Sticht Utrecht bekend zijn. U kunt ze vinden op deze site door bij ‘zoeken’ de zoekterm ‘1787’ in te toetsen.

Als men deze LINK aanklikt, vindt men een volgende post over de gevolgen van de patriotse strijd en revolutie voor de kernen van de Bilt.

AD

 

Bron:

Verzameling van alle de memorien van geleeden schaden deel 3 (Utrecht 1795).

-.