Op 21 augustus 1425 werd Bernt Proeys, gewezen heer van Herbertskop en Oostveen, vermoord. [Bernt Proeys vermoord, Jan Luyken, 1700. Rijksmuseum Amsterdam.]

 

Meer informatie

 

 

De Utrechtse schepen, schout en burgemeester Bernt Proeys (omstreeks 1355-1425) was heer van de twee gerechten Herbertskop  en Oostveen, totdat deze in handen kwamen van het Domkapittel. (Herverskop moet gezocht worden bij de huidige Voordorpsedijk.) Later werden de twee gerechten aangeduid met één naam: Oostveen. De twee gerechten maakten een groot deel van de latere gemeente Maartensdijk uit.

In de vijftiende eeuw  vochten twee partijen met elkaar om de zeggenschap in de stad Utrecht: de Lichtenbergers  en de Lockhorsten. In 1423 overleed bisschop Frederik van Blankenheim, de wereldlijke en de geestelijke heer van het Sticht Utrecht. De Lichtenbergers wilden dat Rudolf van Diepholt bisschop zou worden, de Lokhorsten kozen voor Zweder van Kuilenburg.  De paus koos in februari 1425 voor Zweder en stelde zo de Lichtenbergers – ze vormden samen met de familie Proeys één factie – zwaar teleur. Zweder maakte zich met geweld meester van de stad. Zijn aanhangers, met name leden van het vleeshouwersgilde – slagers die in de stad lange messen mochten dragen-  trokken  plunderend en moordend door de straten. Op 21 augustus1425 drongen zij het huis van burgemeester Bernt Proeys binnen die ziek op bed lag. Hij werd genadeloos vermoord. A.J. van der Aa schreef in zijn Biographisch woordenboek der Nederlanden:’een priester was bezig  hem het laatste sacrament toe te dienen; deze werd door de fielten op zij gestoten en Proeys deerlijk vermoord’.  Het jaar daarop, in 1426,  verjoeg Rudolf van Diepholt Zweder en werd hij de fungerende bisschop.

AD

 

Literatuur:  R.E. de Bruin e.a. (red.) Een paradijs vol weelde’. Geschiedenis van de stad Utrecht, (Utrecht (2000) en Johanna Maria van Winter en A.L.P. Buitelaar, ‘Nogmaals de dertig hoeven van Oostveen’. In  Oud Utrecht 10e jg.,oktober 1992, 124v.