In 1787 leed een belangrijke patriotse Maartensdijker grote schade aan zijn bezittingen. Het ging om Roelof van Meerlant, die in 1798 ‘voorzitter zou worden van het nieuwe Maartensdijkse gemeentebestuur. [Zes Pruisische militairen. S.G. Casten, 1795 – 1796. Rijksmuseum Amsterdam.]

Meer informatie

Van Meerlant (of Meerland) somt in detail de schade op aan zijn bezit en omgeving als gevolg van de aanleg  door Utrechtse patriotten van een verdedigingswerk of ‘retranchement’ bij Blauwkapel, de woonplaats van Van Meerlant. Voor meer informatie daarover klik HIER. Het ging om vernielde bomen, heggen en tuininrichting, kapotgemaakt hekwerk en meer.

Prinsgezinde of Pruisische troepen hadden daarna in september 1787 ook nog eens op Meerlants terrein en in zijn woning huisgehouden. Het ging om vis die uit een vijver verdwenen was en om door plunderende militairen het beschadigde pand van Van Meerlant. Kleding, beddengoed, huisraad, voedsel, koperwerk en andere goederen waren door de troepen meegenomen. Alles werd door Van Meerlant zorgvuldig in geld gewaardeerd en opgeteld, waarbij eerder ontvangen vergoedingen werden afgetrokken. Uiteindelijk concludeerde Van Meerlant dat hij nog een resterende schade van ƒ 526-14-4 (guldens) had, Voor de originele claim klik op: Memorie van schade die Roelof van Meerlant geleden heeft.

AD

 

Bron:

Verzameling van alle memorien van geleedene schaaden, hetzij door plundering, confiscatie &c., bij de rampzalige omwenteling van 1787, alsmede van de beboetens door een aantal burgers en ingezetenen van de stad en provincie Utrecht ter Landschapshuis ingeleverd. Vierde stuk. ‘Utrecht, J. van der Schroeff, G.Z., boekverkoper op de Oude Gracht bij de Gaarnbrug’ (1795).