In 1955 publiceerde de dichter Kees Stip een humoristisch gedicht waarin De Bilt voorkwam. Het ging over een wolf, al kwamen die dieren al lang niet meer in ons land voor. Ze waren toen al honderd jaar verdreven uit het Sticht. (Hierboven staat het plaatje en hieronder het gedicht.)

 

Op een wolf

Een wolf woonachtig in De Bilt

had regenscheuten in zijn milt.

Nu heeft De Bilt voor heel veel geld,

die wolf tot weerwolf aangesteld.

En telkens als het regent, dan

speelt daar de wolf mooiweerwolf van.

 

Stip

Cornelis Jan (Kees) Stip (1913 – 2001) maakte korte, spitsvondige gedichten. Na zijn studie in Utrecht werkte hij als tekstschrijver bij de Legervoorlichtingsdienst en de Rijksvoorlichtingsdienst en het Polygoon-bioscoopjournaal.  Bekende gedichten van zijn hand waren Dieuwertje Diekema en Vijf variaties op een misverstand.

Hij werd vooral bekend door de korte dierengedichten die hij schreef onder het pseudoniem Trijntje Fop, de naam van een van de klasgenoten van Woutertje Pieterse, die een schepping was van Multatuli. Die gedichtjes zijn allemaal gemaakt met het rijmschema AABBCC en hebben gewoonlijk een plaatsnaam in de eerste regel. Een bekend voorbeeld is het gedicht  Op een bok.
In het gedicht Op een wolf komt ‘De Bilt’ aanvankelijk voor als plaatsnaam, maar de tweede vermelding wijst naar het KNMI. In gedichten en nieuwsberichten waarin ‘De Bilt’ voorkomt, wordt in meer dan de helft van de gevallen verwezen naar het weerkundige instituut. ‘Regenscheuten’ bestaan niet.

DAB

Literatuur:

Stip, K., De dierkundige dichtoefeningen van Trijntje Fop, uit Pennewips nalatenschap vergaard door Kees Stip , met tekeningen van Bertram [1955].