
Op 16 december 1943 werd Minka Kaszó onder een valse naam geboren in de Kraamkliniek Frankenslag in Den Haag. Haar moeder, die door de Duitsers werd gezocht, moest direct na de geboorte opnieuw onderduiken. In januari 1944 kwamen moeder en dochter terecht in De Bilt, in het huis van mr. Pieter Kaag en zijn echtgenote Dorothea Kaag-König aan de Soestdijkseweg Zuid 43A. Foto: Pieter Kaag en Minka in de tuin van het huis aan de Soestdijkseweg. (Familiearchief, met toestemming)
Op 16 december 1943 werd Minka Kaszó onder een valse naam geboren in de Kraamkliniek Frankenslag in Den Haag. Haar moeder, die door de Duitsers werd gezocht, moest direct na de geboorte opnieuw onderduiken. In januari 1944 kwamen moeder en dochter terecht in De Bilt, in het huis van mr. Pieter Kaag en zijn echtgenote Dorothea Kaag-König aan de Soestdijkseweg Zuid.
Minka was een verzetsbaby. Zelf schrijft zij: “Als verzetsbaby ben ik onder een valse naam geboren.” Haar vader was actief in het verzet en zag zijn dochter pas maanden later voor het eerst.
In het huis van de familie Kaag vond het jonge gezin tijdelijk een veilige plek. Over de precieze rol van Pieter Kaag in het verzet is Minka nooit veel te weten gekomen. “Over zulke dingen werd immers niet gesproken …” Wel vermoedt zij dat Kaag contacten had met het verzet waarin haar moeder actief was.
Toen de Duitsers de woning aan de Soestdijkseweg Zuid vorderden, verhuisden moeder en dochter met de familie Kaag mee naar de Van Hogendorpstraat 5 in Utrecht. Daar bleven zij tot augustus 1944, toen Minka’s vader terugkeerde van zijn verzetswerk elders en het gezin op een ander adres samen verder kon.
Na de oorlog
Na de oorlog bleef het huis in De Bilt een bijzondere plaats in Minka’s leven. Pieter Kaag verloor zijn echtgenote en trouwde later met Minka’s tante Wim. Daarmee werd hij officieel haar oom, maar voor Minka was hij meer dan dat: “Hij fungeerde als een soort gekozen vader.” Ze beschrijft hem als “een zeer integer en aimabel mens”. Zijn dood in 1956, na een ernstige ziekte, betekende dan ook het verlies van een belangrijke figuur uit haar jeugd. Haar jongste zoon draagt de naam Pieter als derde naam.
Decennialang bleef het huis in De Bilt verbonden met dierbare herinneringen. Minka speelde er als kind en logeerde er tijdens vakanties. Ze was vaak aanwezig op 24 december, de verjaardag van haar oom. Na de oorlog leek het huis daardoor bijna een tweede thuis.
Terug naar De Bilt
In 2017 besloot Minka terug te gaan. Het huis was inmiddels grondig veranderd. De tuin was nu een parkeerplaats en binnen waren muren verdwenen en deuren dichtgemetseld. Toch herkende ze enkele details: de ijzeren plaat voor de haard, de oude vloertegels in de gang en de brievenbus waarin vroeger koolmezen hadden genesteld.
Ze vertelde de jonge bewoonster: “Ik zat ondergedoken in uw huis.” Die ontmoeting bracht het verleden onverwacht dichtbij. Minka herinnerde zich de foto’s uit 1944: “de chocolade baby (ik) op moeders schoot, de fles naast de asbak”, en de foto waarop oom Piet haar hoog in de lucht tilt. Haar vader had haar toen nog steeds niet gezien. “Zoveel dierbare herinneringen. Ik droom soms nog dat ik in dat huis ben.”
Misschien was dat de reden waarom Minka terugging: om een hoofdstuk af te sluiten. Na het bezoek voelde zij dat dit gelukt was. “Ik heb gezien dat de schimmen van het verleden plaats gemaakt hebben voor jong leven.” En, zo schrijft ze, “Daar vraagt een huis om. En dat heeft dit huis gekregen.”
DAB
Bronnen:
Kaszó, M., Ik zat ondergedoken in uw huis, in de Nieuwsbrief van de Vereniging Kinderen van Verzetsdeelnemers 1940 – 1945 december 2017.
Getuigenis Stichting Neerlandsch Verzetsmonument geleverd op 15-03-2023 door Minka Kaszó.
Informatie in een mail van mevrouw Kaszó.