In het begin van de twintigste eeuw veranderde het verkeer in Maartensdijk ingrijpend. De eerste auto’s verschenen in het dorp en daarmee ontstond ook een nieuw beroep: taxichauffeur. Koos Kolenbrander en Hans Stevens reconstrueerden in een krantenrubriek de geschiedenis van het eerste Maartensdijkse taxibedrijf. Het geeft een mooi beeld van het vervoer in een tijd waarin een auto nog een bijzonder bezit was. Foto: Ali en Job Verdonk voor hun T-Ford, de taxi die ‘De Hoge Hoed’ werd genoemd. (Beeldbank Historische Vereniging Maartensdijk)

Meer informatie

Een van de eerste autobezitters was Bart Kramer. Hij woonde aan het begin van de Dorpsweg, ongeveer op de plaats waar tegenwoordig het fietspad naar de Industrieweg begint. Kramer gebruikte zijn auto ook als taxi.

Over het merk van zijn auto bestonden later verschillende herinneringen. Oudere Maartensdijkers noemden onder andere de Spijker, de Hupmobile en de Overland. Een van hen wist zelfs het oude kenteken nog: L-439. De L verwees naar de provincie Utrecht. Ook dokter Steyling beschikte al vroeg over een auto, een Adler uit 1910. Copijn uit Groenekan reed in een Buick.

Van ketellapper tot taxichauffeur

Na Bart Kramer was het Job Verdonk die in Maartensdijk een taxibedrijf begon. Hij was in 1897 geboren. Zijn ouders waren afkomstig uit Schipluiden. Jobs vader werkte als ketellapper, een vak dat tegenwoordig met het beroep van loodgieter te vergelijken is. Ook Job begon als ketellapper. Hij werkte onder meer mee aan de aanleg van de eerste waterleiding in Maartensdijk.

In 1929 trouwde Job met Ali Verkerk. Samen begonnen zij een fietsenzaak achter in het dorp. Het bedrijf was gevestigd aan de Dorpsweg, destijds nummer 14 en tegenwoordig nummer 229. De werkplaats was een oude schaapskooi. Daarvoor had Kees Meerding er zijn timmermanswerkplaats gehad. Het huis van Job en Ali had eveneens een voorgeschiedenis: in de negentiende eeuw was er een café gevestigd, Het Zwaantje.

Job combineerde de fietsenhandel met zijn taxibedrijf. Zijn wagenpark begon met een T-Ford en een Essex. Die laatste was een goedkoper model van de Hudson. Later kwamen er een Buick en een Plymouth bij. Op een foto zijn Job en Ali te zien bij hun T-Ford, die de bijnaam ‘de hoge hoed’ droeg.

De taxi voorzag duidelijk in een behoefte. Job bracht klanten naar plaatsen als Bilthoven, Utrecht en Hilversum, maar hij maakte ook veel langere ritten, onder andere naar Bleskensgraaf, Limburg en Duitsland. Een rit naar de Tol kostte een kwartje. Ter vergelijking: in de jaren dertig kostte een liter benzine twee cent, een pond spek kostte acht cent en de gemiddelde huur bedroeg drie gulden per week.

Een taxi vol huishoudsters

Een bijzondere dienst verleende Job aan Maartensdijkse vrouwen die in Bilthoven in de huishouding werkten. Hij bracht hen ’s morgens naar hun werk en haalde hen ’s middags weer op. Een volle auto kostte per persoon een kwartje voor de heen- en terugreis. De vrouwen verdienden voor drie uur werken één gulden.

Bij drukte, bijvoorbeeld rond bruiloften en begrafenissen, kreeg Job hulp van andere chauffeurs. Hij huurde daarvoor soms auto’s bij, onder andere van kolenboer Waterman uit Hollandsche Rading. Halverwege de jaren vijftig beëindigde Job zijn bedrijf. Hij overleed op 31 januari 1958.

Zijn neef Sander Hendriks zette het taxibedrijf nog ongeveer twee jaar voort. Daarna nam Van der Heiden het over. Uiteindelijk kwam het bedrijf terecht bij Van Woudenberg, de garage die nog steeds aan de hoek van de Bernhardlaan en de Dorpsweg bekend is.

DAB

 

Literatuur:

Kolenbrander, K. en H. Stevens, Ruim tachtig jaar geleden kwamen de eerste auto’s, in: Stichtse Postn1991.

Beeldbank Historische Vereniging Maartensdijk