
Aan de Tolakkerweg in Maartensdijk stond vanaf 1936 Café Halfweg, een eenvoudig café dat uitgroeide tot een bekende ontmoetingsplaats. Het was een plek waar dorpsbewoners biljart speelden, muziek maakten en elkaar ontmoetten. Dit verhaal is gebaseerd op een krantenartikel uit 1992, waarin Koos Kolenbrander en Hans Stevens herinneringen aan het café hebben verzameld. Het geeft een aardig beeld van het leven in een café in Maartensdijk in de jaren vóór, tijdens en na de oorlog.
Foto: Het gezin van Job Schaafsma ca 1937 (Collectie Kolenbrander).
Job Schaafsma werd in 1900 in De Bilt geboren. Zijn vader was timmerman en aannemer en aanvankelijk koos Job hetzelfde beroep. In 1920 trouwde hij met Gerritje Doornebal, die ook uit De Bilt afkomstig was. Haar vader werkte als pikeur, paardenmenner, bij de stallen van Stijnhagen in De Bilt.
Job en Gerritje kregen twee zoons: Job, geboren in 1924, en Frans, die in 1931 ter wereld kwam. Het echtpaar wilde graag een café beginnen. Ze konden kiezen uit een stuk grond in Loosdrecht en een perceel in Maartensdijk en de keuze viel op Maartensdijk. In 1936 openden zij hun zelfgebouwde café aan de Tolakkerweg 230.
Een ontmoetingsplaats
De Tolakkerweg was toen nog een klinkerweg. Het fietspad lag aan de andere kant van de weg en liep voor het café langs. Overdag kwamen er handelaren met paard en wagen vanuit Utrecht of Hilversum voorbij, voor wie Café Halfweg een welkome rustplaats was.
Ook de Maartensdijkse jeugd wist het café te vinden. Bij tante Gerritje en ome Job werd gebiljart en kon je iets drinken. Op een vaste avond repeteerde er bovendien de muziekvereniging Kunst en Genoegen. De stoelen werden in een halve cirkel gezet en de muzikanten speelden vanaf houten lessenaars. Rond 1940 werd het café te klein voor de repetities en verhuisde het orkest naar het Wilhelminagebouw aan de Dorpsweg.
Café in oorlogstijd
Tijdens de bezettingsjaren kreeg Halfweg een heel andere functie. Mensen uit de steden trokken naar het platteland om voedsel te bemachtigen en sommigen bleven in het café overnachten op de houten vloer.
Aan drank kon je nauwelijks komen. Bij grossier Koster in Hilversum kocht het echtpaar flessen limonade en lege flesjes. De limonade werd met water verdund en over de flesjes verdeeld; een noodoplossing die ‘ersatz’ werd genoemd.
De oorlog bracht ook gevaar met zich mee. Een Engelse jager probeerde een Duitse auto te raken die voor het café langsreed. De kogel miste zijn doel, vloog door het café en kwam terecht in de rugleuning van de stoel waarop Gerritje aardappelen zat te schillen.
Het einde van Café Halfweg
Toen het café in 1936 werd gebouwd, stond het nog vrijwel vrij tussen de weilanden. Na de oorlog veranderde de omgeving snel. In 1949 verrees aan de overzijde de fabriek Metaverpa. Daarna volgden meer fabrieken en huizen langs de Industrieweg.
Toen Gerritje in 1957overleed, werd het café gesloten en kreeg het gebouw een woonbestemming voor meerdere gezinnen. Een bijzondere herinnering bleef echter bewaard: onder de trap had zoon Frans, die dorpsfotograaf was, zijn donkere kamer ingericht. Daar ontwikkelde hij de foto’s die hij maakte van bruiloften en andere feestelijkheden in Maartensdijk en omgeving.
Job Schaafsma overleed in 1976. Het woord ‘café’ is soms nog onder de zwarte verf op de houten voorgevel te zien. Het herinnert aan de tijd waarin Job en Gerritje aan de Tolakkerweg een gastvrije ontmoetingsplaats boden, ook in de moeilijke jaren van crisis en oorlog.
DAB
Literatuur:
Café Halfweg, een gezellig rustpunt, in: Biltse en Bilthovense Courant 18 februari 1992.