Adres: Dorpsstraat

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 was De Bilt zowel de naam van het dorp als van de gemeente. Tot die gemeente behoorde ook de nieuwe woonkern De Bilt Station, die vanaf 1917 officieel Bilthoven zou heten. Op de kaart is te zien dat de bebouwing van de gemeente zich destijds concentreerde in het zuiden in een relatief klein gedeelte van de huidige woonkern De Bilt. Bij een zo kleine samenleving valt het op, hoe zeer alles georganiseerd was. Foto: Gemeenteraad  van De Bilt in 1911 (Collectie D Oude School). Hierboven: De gemeenteraad met B en W in 1911 (Collectie D Oude School.).

Meer informatie

Tegenwoordig wonen er in de dorpskernen De Bilt en Bilthoven samen ongeveer 23.000 mensen. De gemeente De Bilt telde in 1914 in totaal slechts 4343 inwoners.

De oorspronkelijke bevolking bestond voornamelijk uit boeren en landarbeiders. Daarnaast woonden er ambachtslieden, die soms ook een winkel dreven. Vanaf de zeventiende eeuw waren er in de omgeving landhuizen gebouwd, waar voorname families gedurende de zomermaanden verbleven.

De Bilt was een betrekkelijk welvarend dorp. Met de komst van de spoorlijn veranderde de samenstelling van de bevolking geleidelijk. In de omgeving van De Bilt Station vestigde zich enkele welgestelde gezinnen in villaparken. Op de kaart hieronder is te zien dat hun woningen vrijwel uitsluitend ten zuiden van de spoorlijn stonden.

Aan het einde van de negentiende eeuw was ook het aantal bedrijven toegenomen. Tot de grotere ondernemingen behoorden de ONVO, een voorloper van Inventum, en de firma Blass en Groenewegen, die tuinbouwwerktuigen vervaardigde en verbonden was met een kwekerij. Verder waren er de handelsonderneming Jean Heybroek bij het station en de Biltsche Rijtuigfabriek. De groei van de bedrijvigheid trok ook arbeiders aan, die zich voornamelijk in het dorp De Bilt vestigden.

De aanwezigheid van het KNMI en de nabijheid van de Utrechtse universiteit zorgden ervoor dat er ook hooggeschoolde mensen in de gemeente werkzaam waren. Het aantal forenzen dat zich hier vestigde, was nog betrekkelijk klein.

Bestuur

Het dagelijks bestuur van de gemeente werd geleid door burgemeester H.Ph. baron van Heemstra, die op 1 augustus 1907 was benoemd. Hij werd bijgestaan door twee wethouders. Gemeentesecretaris was mr. A. Pronk van Hoogeveen, die tevens de functie van gemeenteontvanger vervulde. De gemeenteraad telde zeven leden.

De burgemeester, de wethouders, de gemeentesecretaris en enkele andere vooraanstaande inwoners vormden samen de bestuurlijke elite van De Bilt. Deze heren waren overigens niet alleen bij het gemeentebestuur betrokken. Ook in de besturen van tal van andere plaatselijke organisaties komen we dezelfde namen tegen.

Voor de handhaving van de openbare orde beschikte de gemeente over een veldwachter en drie politieagenten.

Georganiseerd

Opvallend is hoe sterk deze kleine gemeenschap georganiseerd was. Er bestonden tal van verenigingen, instellingen en maatschappelijke organisaties. Tegelijkertijd valt op dat in de besturen daarvan steeds weer dezelfde namen opduiken.

De gemeente kende ook een eigen ziekenfonds, dat onder toezicht stond van burgemeester en wethouders. Tot de handvol artsen in De Bilt behoorden dr. Lette en zijn zoon en dr. Melchior. Laatstgenoemde zou in 1915 tot lid van de gemeenteraad worden gekozen.

Cultuur en sport

De inwoners konden terecht bij drie kerkgenootschappen: de Nederlands-hervormde kerk, de gereformeerde kerk en de rooms-katholieke kerk. Voor het onderwijs waren er een openbare lagere school in de Tuinstraat en een bewaarschool. Nadat het parlement in  1917 had besloten dat ook bijzondere scholen door de overheid werden bekostigd, maakte men meteen plannen voor scholen op protestantse en katholieke basis.

Wie buitenshuis iets wilde drinken of eten, kon terecht bij enkele bekende horecagelegenheden. Hotel Poll en Hotel Nas, beide gevestigd in de Dorpsstraat, waren de bekendste adressen.

Ook op cultureel en sportief gebied was er het nodige te beleven. De muzikale verenigingen omvatten het Biltsch Fanfarekorps en enkele zangverenigingen, waaronder de Biltsche Mannenzang en het meer algemene Zang Veredelt.

Sportliefhebbers konden terecht bij de Biltsche Voetbalclub (B.V.C.) en de Biltsche IJsclub. Daarnaast waren er een zwemvereniging en de hockeyclub UGHC.

Een bijzondere plaats in het verenigingsleven namen de maatschappelijke organisaties in die vanuit een godsdienstige overtuiging waren opgericht. Zowel protestants-christelijke als rooms-katholieke organisaties waren actief. Hun namen verwezen vaak naar Bijbelse figuren of begrippen, zoals Obadja, Sint Jozef en Dorcas. Andere verenigingen droegen meer klassieke namen, zoals Patrimonium, Euphonia en Fraternitas.

Sommige namen weerspiegelden ook duidelijk de maatschappelijke opvattingen van die tijd. Zo droeg de Christelijke Jongelingsvereniging de veelzeggende naam Vreest God, eert den Koning. Daarin klonk zowel een pleidooi voor onderdanigheid als voor het handhaven van maatschappelijke ongelijkheid door.

DAB

Bronnen:

Talrijke artikelen uit het Online Museum De Bilt.

Adresboek voor de Gemeente DE BILT 1909.

Haan-Beerends, L., Een blik terug in de tijd: 1909, in: De Biltse Grift september 2012.