Op 3 april 1945, enkele weken voor de bevrijding, vond de allerlaatste actie van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) plaats, niet op Bilts grondgebied, maar net eroverheen, in Den Dolder aan de Soestdijkerweg richting Soestdijk, vlak voorbij het huidige kruispunt met de Dolderseweg. De operatie werd uitgevoerd door een Bilthovense BS-groep onder leiding van commandant Cornelis van Moorselaar. Wat volgde was een hachelijke nacht vol spanning, weigerende wapens en noodgedwongen onderduiken. Hierboven: Het monument voor de gevangenen die als represaille op de plek van de schietpartij zijn geëxecuteerd. (Foto Dick Berents)

 

Meer informatie

De opdracht was helder maar riskant: een Duits munitietransport van springladingen voorzien en laten exploderen. Volgens Van Moorselaar waren de deelnemers meteen onder de indruk van de ernst van de zaak. “De leden van de groep waren niet erg enthousiast,” schreef hij later, “daar de Duitsers steeds harder terugsloegen middels represailles op meestal onschuldigen.” Toch moest de actie doorgaan.

Voor het ingaan van de avondklok trokken de vijf leden naar een woning op een landgoed langs de noordzijde van de Soestdijkerweg. Zodra het donker was, vertrokken ze te voet naar een strook langs de weg, ter hoogte van waar nu het gedenkteken staat. Drie mannen zochten dekking richting de Ernst Sillemhoeve; Van Moorselaar zelf bleef met een ondergedoken Poolse SS’er – die alleen bekendstaat als “Paul” – dichter bij de weg.

Wat volgde, speelde zich af in volledige duisternis. Plots hoorden ze stemmen. “Ah es sind zwei,” klonk het, gevolgd door het hoorbare scherpstellen van Duitse wapens. Paul fluisterde slechts: “Jetzt geht’s los… zak, zak,” terwijl hij zijn antieke repercussiepistool probeerde te gebruiken. Het wapen weigerde echter volledig. Van Moorselaar reageerde instinctief en loste een salvo met zijn stengun. Daarna renden beiden terug naar de rest van de groep, die in spanning afwachtte of er vijanden naderden of vrienden.

Vluchten

De vlucht voerde hen via een bruggetje, over landerijen, hekken en sloten, tot ze uiteindelijk bij een boerderij aan de Wieksloterweg in Soest belandden. Binnen waakte een vrouw bij een zieke man. De bewoner, die hen aanvankelijk wilde wegsturen, ontdooide direct toen hij het machinepistool zag. De mannen kregen toegang tot een kamer waar ze door een luik onder de vloer konden schuilen. De nacht bracht men er, in Van Moorselaars woorden, “op zeer ongeriefelijke wijze” door.

De volgende ochtend verborgen ze hun wapens en springstof in het kippenhok. Pogingen om onderdak te vinden in de gereformeerde pastorie liepen op niets uit: ze werden voor landlopers aangezien. Pas in Baarn vonden ze een veilige plek bij een drogisterij waar een kennis werkte. Van daaruit keerden ze, ieder op eigen wijze en zoveel mogelijk door de bossen, terug naar Bilthoven.

Gevolgen

Later bleek dat bij het vuurgevecht één Duitse soldaat was gedood. De gevolgen waren tragisch: als represaille werden op 6 april tien gevangenen uit Utrecht gehaald en op de plek van de schietpartij geëxecuteerd.

Enkele meters ten westen van het huidige chaletpark Prinsenburg staat nu een gedenkteken. Het markeert niet alleen de plek van die laatste actie, maar ook het moment waarop duidelijk werd dat het verzet zijn taak had volbracht: de Duitse capitulatie was nabij.

DAB

Literatuur:

Brugman, H., Het verzet in onze gemeente, in: De Biltse Grift juni 2005.

Den Dolder, monument aan de Soestdijkerweg – Nationaal Comité 4 en 5 mei : Nationaal Comité 4 en 5 mei