In de Franse tijd,  in de jaren 1811-1813 (toen ons land was ingelijfd bij Frankrijk) werden via de eerste Nederlandse telegraaflijn belangrijke berichten doorgegeven. De Westbroekse semafoor – een optische telegraaf – stond op de lijn Amsterdam-Utrecht-Antwerpen, vanwaar de berichten  verder naar Parijs werden geseind of vanuit Parijs naar Amsterdam. De installatie was te zien op de kerktoren van het dorp.  (Illustratie in Les merveilles de la science van Louis Figuier, (Parijs 1868).)

Meer informatie

Door een bepaalde stand van de armen konden berichten worden doorgeseind. De Westbroekse torenwachter kon deze waarnemen vanuit Vreeland , waar ook een semafoor  op de toren stond en dan doorgeven naar de Utrechtse semafoor  op de Jacobikerk en vice versa. Bij de seinpaal stonden twee verrekijkers, met behulp waarvan de dichtstbij zijnde  semafoor op de lijn kon worden waargenomen, met het bericht dat moest worden doorgeseind vanuit Westbroek.

Afgebeeld is een telegraaf zoals hij er op de Westbroekse toren moet hebben uitgezien. De uitvinding van deze optische telegraaf was de vinding van Claude Chappe (1763-1805) die zijn vondst in 1792 aanbood aan de Franse Nationale Vergadering. Abraham Chappe, de broer van de uitvinder, verkende tussen 3 en 16 oktober 1810 het traject. In 1811 was de telegraafverbinding gereed. Ook al beschikken we niet over stukken waarin beschreven staat hoe het telegraaftoestel werd aangebracht, een idee daarvan kunnen we krijgen uit de beschrijving van de werkzaamheden voor een andere toren, die van Dongen. Ron Korving en Bart van der Hekken schrijven in hun studie Een tijding met de snelheid des bliksems: Eerst werden [in Dongen] het leien dak en het houten frame van de torenspits verwijderd’.  Daarna ging, berichten zij, een lokale ambachtsman aan de gang : [die plaatste]  ‘een dak met acht spanten‘ met een luik en een ladder. Door dat dak heen stak de centrale mast van het telegraaftoestel; er werden ook gaten voor de twee verrekijkers aangebracht en voor de koorden en stangen waarmee de armen van het toestel werden bediend. Vervolgens werd alles waterdicht gemaakt met loodslabben. Het is niet onwaarschijnlijk dat in Westbroek eenzelfde procedure werd gevolgd.

Op 20 maart 1811 passeerde het eerste nu nog bekende bericht de Chappe-telegraaf van Westbroek. Het berichtte over de geboorte van de zoon van Napoleon Bonaparte (Napoleon II, bijgenaamd ‘het adelaarsjong’ (‘l’aiglon’)). Om half elf in de ochtend werd het vanuit Parijs verstuurd. Het bereikte Amsterdam aan het eind van de middag bij de Weesperpoort. In de herfst van 1813 werden de telegraaftoestellen van de torens gehaald: men beschouwde ze als een symbool van de dat jaar geëindigde Franse overheersing. Voor meer over de sloop van de telegrafie-inrichting klik men HIER.

 

AD

 

Bron: H.M.C. van Oosterzee, ‘Iets over telegrafie’’ in Lectuur voor de Huiskamer  uit 1855, 122v. Verder: Rob Korving en Bart van der Hekken, Een tijding met de snelheid des bliksems. De optische telegraaf in de Nederlanden (1800-1850. (Leuven 1997). Voor meer informatie klikke men deze link aan.

Hieronder ziet men een foto van een soortgelijke semafoor op de lijn Vlissingen-Antwerpen. (Foto Peter Denters,Wikipedia.)