Tussen 30 november en 2 december verschenen medewerkers van de Einsatzstab Reichsleiter Rosenberg (ERR) bij een aantal panden in de voormalige gemeente Maartensdijk om de achtergelaten bezittingen van Joodse bewoners nauwkeurig te inventariseren. [De stamkaart van Henri Lindemans inboedel. Bron: NIOD (zie voor de bron hieronder.]
Al in augustus 1942 was men met acties als deze begonnen in Tuindorp. Meer over de acties van deze rooforganisatie kan men lezen door HIER te klikken. In die periode werd de waarde van de goederen in dertien door Joden bewoonde woningen in de voormalige gemeente Maartensdijk getaxeerd. De totale waarde van de inboedels bedroeg 4.377 gulden. De panden bevonden zich voornamelijk in Tuindorp, maar ook in Groenekan, Hollandsche Rading en in het gebied dat tegenwoordig tot de gemeente De Bilt behoort. Deze kille administratie maakt zichtbaar hoe systematisch de onteigening van Joods bezit tijdens de Duitse bezetting werd uitgevoerd.
Groenekan
In de kern Groenekan werden in deze periode twee Joodse woningen ontruimd. Op 30 november 1942 betrof het de woning van Leefsma aan de Vijverlaan 29. De inboedel werd getaxeerd op 250 gulden. Een dag later, op 1 december 1942, was de inboedel van de woning van Hugo Wolff aan de Groenelaan 2 aan de beurt. De waarde daarvan werd vastgesteld op 95 gulden. (De inboedel van pand van Henri Lindeman aan de Utrechtseweg 374 – thans Koningin Wilhelminaweg – was al 6 oktober 1942 getaxeerd op 100 gulden; zie de afbeelding hierboven. De heer en mevrouw Lindeman en hun twee kinderen wisten door onder te duiken het lot van heel veel joden te ontgaan. Klik voor meer hierover HIER.
Op 2 december 1942 werd in Hollandsche Rading de de inboedel woning van Friedheim aan de Spoorlaan 57 onderzocht. De vastgestelde waarde bedroeg 450 gulden.
De Bilt
Op dezelfde dag werd ook de woning van Stofkooper aan de Biltschestraatweg 33 bezocht. Dit adres ligt tegenwoordig binnen de gemeente De Bilt. De waarde van de inboedel werd door de ERR gesteld op 525 gulden.
Tuindorp
In Tuindorp werden tussen 30 november en 2 december 1942 de meeste inboedels bekeken, na eerdere inventarisaties In augustus en oktober 1942. Vaak hadden de slachtoffers alleen ‘Wäsche und Leibgut’, kortom hun kleren en wat linnengoed als bezit. Op 30 november gebeurde dat voor de woning aan de Burgemeester Van Voort van Zijplaan 5, bewoond door Kahn. De waarde van de aanwezige inboedel werd vastgesteld op 250 gulden. Aan de Professor Suringarlaan 2 betrof het de woning van Goudvis, waarvan de inboedel werd gewaardeerd op 40 gulden.
Diezelfde dag werden ook de inboedels van de woningen van Goldstein aan de Burgemeester Van Voort van Zijplaan 1 en De Vries-Polak aan de Professor Van Riellaan 8 getaxeerd. De bedragen bedroegen respectievelijk 75 gulden en 525 gulden. Aan de Professor Pullelaan 9 werd de inboedel van de woning van Kupferschlag getaxeerd op 20 gulden.
Op 1 december 1942 werd de actie in Tuindorp voortgezet. De waarde van inboedel van De Beer aan de Mr. Tripkade 56 werd vastgesteld op 985 gulden. De inboedel van Professor Suringlaan 18 van Engelsman werd bepaald op 125 gulden. Voor die van de woning van Hartog aan de Mr. Tripkade 37 werd de waarde vastgesteld op 485 gulden.
Op 2 december 1942 werd in Tuindorp de inboedel van de woning van Trompetter aan de Professor Adolf Mayerlaan 16 geschat. De aanwezige goederen werden door de Duitse bezettingsautoriteiten gewaardeerd op 552 gulden.
De op stamboekkaarten opgeschreven rapporten laten zien hoe de roof van Joods bezit tijdens de Duitse bezetting zorgvuldig administratief werd georganiseerd. Achter de zakelijke opsomming van namen, adressen en bedragen gaan de gevolgen van vervolging schuil: Joodse inwoners werden gedwongen hun woningen te verlaten en hun bezittingen werden door de bezettingsautoriteiten in beslag genomen, zijzelf gingen hun ondergang tegemoet.
Voor de activiteiten van de ERR in Westbroek klik men HIER, voor die in Bilthoven klik men HIER.
AD
Bron: NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies. Archief. Toegangsnummer: 093a Einsatzstab Reichsleiter Rosenberg. Boedel inbeslagname documenten. Inventarisnummers 77 en 79.