Op verzoek van het voormalige Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie [het RIOD] schreef de 65 jarige L. Muller uit Hollandsche Rading een verslag over Hollandsche Rading in 1944-1945. [Twee deelnemers aan de hongertochten tijdens de hongerwinter. Nationaal Archief.]

Meer informatie

Muller was kunstschilder en ontwerper van ceramiek. Hierna volgt de korte samenvatting van Mullers verslag. Wie Mullers complete verslag wil lezen klik aan: De hongerwinter in Hollandsche Rading.

Muller schrijft over de situatie na de spoorwegstaking van september 1944. Toen raakten de bewoners van Utrecht en omgeving zonder brandstof. Daardoor trokken dagelijks grote groepen mensen met handkarren, kinderwagens, fietsen en zelfs geleende brood- en postwagens naar de bossen rond Groenekan, Bilthoven en uiteindelijk Hollandsche Rading om hout te zoeken. Eerst probeerde men nog bomen te kopen bij boswachters en jachtopzieners, maar toen dat onmogelijk werd, begon men zelf bomen om te hakken. Hele bospercelen verdwenen.

De omstandigheden waren zwaar. Mensen liepen met hongerige, lege urenlang in de kou, vaak op slecht schoeisel of zelfs blootsvoets. Oude mannen, vrouwen en kinderen maakten dagelijks de tocht vanuit Utrecht naar Hollandsche Rading. Vaak braken onderweg de assen van overbeladen karren. Nogal eens keerde men onverrichter zake naar huis terug. Volgens de schrijver waren niet de gewone sprokkelaars het grootste probleem, maar groepen die op grote schaal bomen kapten om het hout later zwart te verkopen.

Ook voedsel werd schaars. De gehamsterde voorraden raakten op en bewoners trokken naar boeren in Maartensdijk en omgeving om aardappelen of melk te bemachtigen. Melk werd soms alleen nog geruild tegen serviesgoed. Toen aardappelen niet meer te koop waren, begonnen mensen zelf velden leeg te rooien, wat weer leidde tot Duitse ingrepen en schietincidenten.

De tekst van Muller beschrijft daarnaast een razzia in de omgeving van Hollandsche Rading nadat Engelse vliegers uit Kamp Amersfoort waren ontsnapt. Een onderduiker uit Hollandsche Rading die zich in de buurt begaf  werd daarbij door een jonge Duitse soldaat doodgeschoten toen hij probeerde te vluchten. Zijn vrouw en kind bleven achter.

Verder vertelt de auteur over moeizame reizen naar Gouda om hout en andere goederen naar familie te brengen. Dat gebeurde met een zelfgemaakt evacuatiewagentje en via een beurtschipper vanuit Utrecht. Zulke tochten duurden uren en gingen gepaard met kou, uitputting en gevaar.

Later vorderden de Duitsers huizen in Hollandsche Rading-Oost voor inkwartiering. Sommige bewoners moesten vertrekken, anderen bleven gedeeltelijk in hun woning wonen. Opmerkelijk is dat vlak bij een Duitse wachtpost acht Joodse onderduikers verborgen bleken te zitten zonder ontdekt te worden. Een oudere Duitse schildwacht waarschuwde bewoners soms zelfs voor naderende razzia’s en gaf tips over wanneer water beschikbaar was.

De herinneringen eindigen met het schetsen van het contrast tussen mei 1940, toen Duitse vliegtuigen nog triomfantelijk verschenen boven vliegveld Loosdrecht, en 1945, toen verslagen Duitse troepen te voet langs Hollandsche Rading terugtrokken richting Duitsland.

 

AD

 

Huiszoekingen in Hollandsche Rading. Voorlichtingsdient Je Maintiendrai 20 januari 1945.

Houttransport vanuit Hollandsche Rading, Utrechtsche Courant, 30 december 1944.