
In de eerste helft van de negentiende eeuw speelde Hendrik Pastunink een belangrijke maar lang onderbelichte rol in de bouw- en beheergeschiedenis van landgoed Vollenhoven bij De Bilt. Zijn loopbaan laat zien hoe een ambachtsman zich binnen de context van een groot landgoed kon ontwikkelen van timmerman in loondienst tot zelfstandig aannemer, met invloed die tot ver buiten Vollenhoven reikte. Afbeelding: een advertentie van Pastunink in de Opregte Haarlemsche Courant van 12 maart 1862.
Meer informatie
Hij werd op 1 november 1807 geboren in Bentheim, in het huidige Duitsland. Wanneer hij precies naar Nederland kwam, is niet bekend, maar rond 1840 duikt zijn naam op in De Bilt. Samen met zijn broer Aalbert, ook een timmerman, zocht hij daar werk en perspectief. Hendrik wist een vaste positie te verwerven op Vollenhoven, dat sinds 1827 eigendom was van Gijsbert Karel van der Capellen.
De periode Van der Capellen werd gekenmerkt door ongekende bouwactiviteit. Hij breidde het landhuis uit, liet nieuwe boerderijen, dienstwoningen en buitenhuizen bouwen en vergrootte het grondgebied van Vollenhoven aanzienlijk. In deze context had men vaklieden nodig die het hele jaar door beschikbaar waren. Uit het testament van Van der Capellen uit 1839 blijkt dat een ‘Hendrik de Timmerman’ tot het vaste personeel werd gerekend en een aanzienlijke uitkering kreeg toegewezen. Het is vrijwel zeker dat hiermee Hendrik Pastunink werd bedoeld.
De periode Kluppel
Na het overlijden van Van der Capellen in 1848 veranderde de situatie. De nieuwe eigenaar, Jan Jacob Kluppel, gebruikte Vollenhoven vooral als zomerverblijf en richtte zich meer op onderhoud dan op grootschalige vernieuwing. Toch bleef Pastunink een vaste factor in het functioneren van het landgoed. Kluppels uitvoerig bijgehouden journaal werpt een uniek licht op hun samenwerking en op de dagelijkse praktijk van een negentiende-eeuwse timmerman.
Uit deze notities blijkt dat Pastunink zich in deze jaren ontwikkelde van werknemer tot zelfstandig aannemer. Hij werkte steeds vaker ‘volgens aanneming’ en kocht op eigen naam hout van het landgoed voor zijn projecten. Kluppel was daarbij niet alleen de opdrachtgever, maar ook degene die Pastuninks zelfstandige werkzaamheden mogelijk maakte: hij leverde materiaal en financierde voorzieningen.
In 1858 bereikte deze ontwikkeling een hoogtepunt. In dat jaar nam Pastunink meerdere grote werken op zich, waaronder de bouw van een stenen brug in de oprijlaan, een omvangrijke aanbouw aan de oranjerie en de aanleg van bakstenen muren in de moestuin. Het ging om aanzienlijke bedragen, waarin niet alleen materiaal, maar ook arbeidsloon voor knechten en andere ambachtslieden moet zijn begrepen. Pastunink trad hier onmiskenbaar op als aannemer met verantwoordelijkheid voor planning, uitvoering en kosten.
Werk buiten Vollenhoven
Naast zijn werk voor Vollenhoven was Pastunink ook actief daarbuiten. In 1861 verwierf hij via aanbesteding een grote verbouwing van de gemeenteschool in De Bilt, een opdracht ter waarde van 4.000 gulden. Daarmee bevestigde hij zijn positie als zelfstandig bouwondernemer in de regio. Zijn band met Vollenhoven zal bij het verkrijgen van dergelijke opdrachten zeker in zijn voordeel hebben gewerkt.
Pastunink bleef tot 1866 aan het landgoed verbonden en verhuisde daarna naar het dorp De Bilt, waar hij in 1871 overleed. Hoewel hij zelf geen kinderen had, zette zijn familie de timmer- en aannemerstraditie voort. Via zijn neef Gerrit en diens zoon Albert Pastunink leidde deze lijn uiteindelijk tot samenwerkingen met vooruitstrevende architecten als Robert van ’t Hoff, bekend van vernieuwende bouwprojecten in Huis ter Heide.
Zo markeert Hendrik Pastunink een cruciale overgang in de negentiende-eeuwse bouwpraktijk: van ambachtelijk vakmanschap in dienstverband naar zelfstandig ondernemerschap. Zijn loopbaan weerspiegelt niet alleen persoonlijke ambitie en vakbekwaamheid, maar ook de kansen die een groot landgoed als Vollenhoven kon bieden aan bekwame ambachtslieden.
DAB
Literatuur:
Heijkoop, F., Timmeren aan de weg. De timmerman van Vollenhoven in de negentiende eeuw. Deel 1, De Biltse Grift, december 2008.
Heijkoop, F., Timmeren aan de weg. De timmerman van Vollenhoven in de negentiende eeuw. Deel 2, De Biltse Grift, maart 2009.
Hieronder: de timmermanswoning. (F. Hoogeweg 2017 collectie Historische Kring D’Oude School)
