Kees Boeke en zijn vrouw Beatrice Boeke-Cadbury waren vredesactivisten. Na hun gedwongen vertrek uit Engeland tijdens de Eerste Wereldoorlog vestigden zij zich in 1918 met hun vier dochters in het Boschhuis, midden in het bos van Bilthoven. Het huis was gebouwd in 1916 door notaris De Jong uit Gorssel en ontworpen door bouwmeester J. van As. Kees en Betty Boeke maakten de woning tot een ontmoetingsplaats van kunstenaars, predikanten, aristocraten en anarchisten. De voorkamer kreeg de functie van openbare bibliotheek en was toegankelijk voor iedereen. In 1926 werd in deze villa aan de Beetslaan de basis gelegd van de huidige Werkplaats Kindergemeenschap.

 

Meer informatie

De historica Daniela Hooghiemstra schrijft over deze periode in het leven van Kees Boeke: Zijn woonplaats moest de basis worden van een wereldwijd project: de vorming van een nieuwe christelijke wereldorde. Zijn broer Dijs wees hem op een huis dat te koop stond in Bilthoven, een klein villadorp dat rond 1900 was verrezen langs de spoorlijn tussen Utrecht en Soest. Betty, Kees en de kinderen reisden er meteen naartoe. Het Boschhuis aan de Nicolaas Beetslaan, was precies wat zij zochten: een alleenstaande villa op een groot terrein, te midden van dennenbomen, berken en hei. Centraal maar in een rustige omgeving en groot genoeg voor en gezin met vier kinderen. Met haar vermogen kon Betty de koopsom van 29.990 gulden gemakkelijk betalen. De koop was snel gesloten en eind augustus 1918 streek het gezin neer in Bilthoven. (pag. 92) De familie Boeke verliet het Boschhuis in 1927, waarna de woning geruime tijd leegstond. De geschiedenis van het Boschhuis ging vanaf 1930 verder met het gezin van Juul en Jane ter Beek, zoals beschreven door hun kleindochter, de journaliste en auteur Pauline Broekema.

Familie Ter Beek
Het Boschhuis leek voor hem (Juul) gebouwd. Veel kamers, een eigen studeervertrek, een heerlijke tuin. Toen de overdracht was beklonken feliciteerde de Boeke Trust hem en schreef: ‘Wij hopen dat het Boschhuis u al het goede van het leven brengt’.

Zoon Pieter ter Beek speelt een hoofdrol in de jaren 1930-1944: De jongen kende alle vogels, de bloemen van het veld. (….) Als kind al was hij van alles in de natuur op de hoogte geweest. (pag. 187) Na zo’n schaatstocht zette Pieter eens Het Boschhuis op stelten, toen hij ’s avonds door een vriend op de fiets werd afgeleverd. Zijn onderbeen bloedde hevig. (….) Toen ze bekomen waren van de schrik werd hij naar de dokter gestuurd met de in Het Boschhuis vaker gebezigde uitdrukking: ‘Ach het gaat wel over voordat je een meisje bent’. (pag. 219)

Pieter ter Beek ging bij het verzet en werd vlak voor de bevrijding door de bezetter gefusilleerd. Het gezin werd tijdelijk uit het huis gezet. De familie Ter Beek bewoonde het Boschhuis tot 1965, waarna het werd verhuurd aan militairen van vliegbasis Soesterberg.

Het Boschhuis heeft verschillende periodes van leegstand gekend. In 1970 werd het huis geveild en het terrein gesplitst. Sinds 1975 wordt het aaneengesloten bewoond door een en dezelfde familie. De grote tuin is door de jaren heen sterk ingekrompen. Het adres Beetslaan 7 is inmiddels veranderd in Beetslaan 19.

Met dank aan de heer en mevrouw Kamerbeek-Buisman

VC

Literatuur:
De geest in dit huis is liefderijk, het leven en de Werkplaats van Kees Boeke 1884 – 1966: Daniela Hooghiemstra 2013.
Het Boschhuis, Kroniek van een familie: Pauline Broekema 2014.
In een aflevering van Andere Tijden uit 2011 vertelt dochter Candia Boeke over het zware kinderleven in Het Boschhuis.

Voor Kees Boeke zie op deze site het artikel over de Werkplaats.