Als je dicht bij haar kwam, ging ze je uit de weg.’ De witte dame van Rustenhoven is het spook waarover Maartensdijkers in het verleden het meest te vertellen hadden. De verhalen zijn rond 1960 door medewerkers van het Meertens Instituut opgetekend uit de mond van inwoners die rond 1900 geboren waren. Zij hadden het weer gehoord van mensen die een of twee generaties ouder waren. Het verhaal kwam dus uit de tweede helft van de negentiende eeuw. Afbeelding: het spook van Rustenhoven. (DAB)

 

Meer informatie

Jan Stompers, die in 1885 in Maartensdijk was geboren, vertelde in 1963 aan een onderzoeker over verschillende bovennatuurlijke verschijnselen die de mensen in het dorp hadden gezien. Een van zijn verhalen had te maken met Rustenhoven.

Bij Rustenhoven, dat oude buiten hier, liep ’s avonds een witte dame rond. Dat werd vroeger bij ons thuis verteld door een oude buurvrouw, die had het er altijd over. Die dame was van adel en zij kon na haar dood geen rust vinden. Ze voelde zich bezwaard over iets wat ze hier op aarde had gedaan. Ze deed niemand kwaad, maar het moet toch wel erg griezelig zijn geweest. Als je dicht bij haar kwam, dan ging ze je uit de weg.’

Een uitgebreider verhaal komt van Albert Kooij, geboren in 1902.

‘M’n vader was nog niet zo lang getrouwden ’t was nog altijd gewoonte van hem om zaterdagsavonds eventjes naar ’t café, naar de herberg te lopen. Dan werd er een borreltje gekocht, soms twee, en dan om een uur of tien, halfelf, ging hij weer op huis aan. Tien uur was ’ t sluiten en dan naar huis. Wij woonden in het bos en daar was het stikdonker, dat kun je begrijpen. Hij moest langs dat buiten daar, Rustenhoven, en daar spookte het. Zo zeiden ze het. Daar op dat buiten woonde een dame, ze zat alleen op een kamer en ze kon d’r nooit uitkomen en toch kwam ze er uit. M’n vader heeft haar gezien, toen op die zaterdagavond. Ze zweefde zo door ’t hek en dat zat dicht. M’n vader hoorde alsmaar ritselen, ’ t kwam door de zijde. Want die dame droeg alleen maar zij, niks als zijde. En dat kwam zo door ’t hek heen en dat ging op ’t kerkhof aan en zo door de latten van een hek en dwars door de sponningen, door de tralies van ’t ijzeren hek van ’t kerkhof. Opeens was ze weg, maar vader hoorde het nog ritselen.’  

Met kettingen rammelen

Koen Kaptein had de verschijning ook gezien, maar het spook had hem een klap in zijn gezicht gegeven. Ook hij had het ritselen van zijde gehoord. Bartha Adams-van de Berg (1903) vertelde over Tinus Stophorst, die vlak bij Rustenhoven woonde en over het spook gehoord had.

‘Tinus hoorde ’s nachts maar met kettingen rammelen. Op een keer bleef hij ’s nachts op want hij wou er meer van weten. Toen hij het geluid weer hoorde, ging hij naar buiten en toen zag hij de witte juffrouw van Rustenhoven gaan. Geheel in ’t wit was ze en ze zweefde meer dan ze liep en zo ging ze over de weg en over de weilanden heen en ’t was net of ze met een kettingband achter zich aan slingerde. Dat maakte dat geluid. ’t Was de witte juffrouw of de dame van Rustendoven, de vrouw van de burgemeester, die daar rondspookte.’

Dit verhaal doet denken aan de ‘witte wieven’, geesten in de vorm van mist die vooral in het oosten van ons land in de verhalen voorkomen. Zij doolden in de natuur en vielen de wandelaars lastig en hadden kwade bedoelingen.

De dode kon geen rust vinden

Herman Liefting (geboren 1896) vertelde wat zijn grootvader overkomen was. Deze liep een keer ’s avonds in het aardedonker in de buurt van Eyckenstein. Opeens kreeg hij een stoot tegen zijn borst en werd hij aan de kant van de weg gezet, waardoor hij in een droge sloot viel. Er liep daar een spook rond, maar het was een onzichtbaar spook. Dat zei hij tenminste.

Bij spoken ging het verhaal vaak over een gevoel van schuld om een onrecht dat iemand bedreven had. De dode kon dan geen rust krijgen totdat het onrecht hersteld was. Spookverhalen werden vaak opgehangen aan geografisch opvallende plekken zoals kerkhoven, monumenten en landhuizen.

Liefting vertelde ook dat hij een verhaal had gehoord van Jaap van Ekris, die op de boerderij Koddestein woonde. Er was in Maartensdijk ooit een moord gepleegd. De moordenaar was nooit gevonden, maar men dacht dat het een bekende was, een boer die als gierig bekend stond. Toen deze vermoedelijke dader overleden was, zagen mensen hem een week na zijn dood ’s avonds in het maanlicht over de Dorpsweg lopen. Hij kon geen rust vinden in zijn graf en hij was veroordeeld om terug te gaan naar de plek waar hij de moord bedreven had. De familie van de vermeende moordenaar heeft toen uit de erfenis geld gegeven aan de weduwe en de kinderen van het slachtoffer. Daarna hebben ze die boer nooit meer zien lopen.

Liefting vertelde ook over een spook op de Wolvesteeg, een weg die later niet meer bestond, maar dat spook had de vorm van een zwarte hond. Op de achterste wetering van de Korssesteeg liep ook een spook in de vorm van een witte vrouw, die door meerdere mensen gezien was.

Of was het een actrice?

Mevrouw Ethne Bolle, die op Rustenhoven heeft gewoond, heeft een andere interpretatie van het verhaal. Haar echtgenoot Bert Bolle heeft ooit vastgesteld dat het spook de actrice Caroline van Dommelen was, die met wapperende gewaden haar rol repeteerde bij het houten hek schuin tegenover Rustenhoven. Caroline van Dommelen, ook bekend als Caro Heye, leefde van 1874 tot 1957. In 1904 trouwde ze met de journalist Henri Heije. Aangetrokken door het buitenleven runden zij enkele jaren een modelboerderij op het landgoed Rustenhoven. Over haar gaat een bijdrage op deze site:  Caroline van Dommelen, filmregisseur en boerin.

DAB

 

U bevindt u op de Rondleiding over de Volkscultuur. Voor het vervolg klik HIER.

 

Literatuur:

Heupers, E. (ed.), Volksverhalen uit Gooi- en Eemland en van de westelijke Veluwe, 3 dln., Amsterdam 1981  en 1984nr.922, 3389, 3390, 3574. Verder 922, 1025, 1026, 1027.

Haase, D. (ed.), The Greenwood encyclopedia of folktales and fairy tales 3 dln., Westport / London 2008.

Mededeling van mevrouw Ethne Bolle.