In de vroege vijftiende eeuw waren er problemen gerezen bij de ontginningen van de heerlijkheid Achttienhoven, het rechtsgebied van de proost van het kapittel van de Utrechts St. Jan. De getoonde oorkonde moest het einde daarvan bezegelen. [Utrechts Archief, toegang 222, kapittel van Sint Jan te Utrecht, nr. 491.]

 

Meer informatie

 

Er waren in dat jaar 14 partijen (de kapittels van de St. Salvator of Oudmunster, van de St. Pieterskerken van de St. Jan, het Catharijneconvent en tien particulieren) die ontginningen hadden in het gerecht Achttienhoven.

 

Geschillen bij de ontginning

 

Het werk ging niet zonder problemen. Er waren vooral voor moeilijkheden bij de toegang en afpaling van ieders gebied, vooral voor de monniken van het Catharijneconvent, die extra gebied hadden moeten afpalen om bij hun terrein te komen, over een lengte van omstreeks 1230 meter. Als men de ontginningen laat beginnen bij de Vecht, dan betekent dat dat deze in 1414 gevorderd waren tot de Gageldijk. Mogelijk lag daar de ‘gruppel’ waarvan in de getoonde akte sprake is.

 

Omvang van de ontginning, maatregelen tegen ‘landjepik’

 

In de oorkonde is sprake van negen hoeves, omstreeks 70 hectare, omstreeks een tiende van de omvang van Achttienhoven volgens Van der Aa’s Aardijkskundig Woordenboek (meer dan 700 hectaren). In de oorkonde werd vastgelegd dat ieders terrein goed zou worden afgepaald, met de juiste maten, tot aan het Gooierbosch, de meest noordelijke grens van Achttienhoven bij Hollandsche Rading. ‘Landjepik’ was niet meer toegestaan, men mocht niet meer buiten de grenzen van het eigen ‘viertel’ – een gebied van ruim 3,5 hectare – komen. Elk viertel moest dezelfde breedtemaat van oost- naar west hebben (ruim 23 meter). Tot dan toe gegraven greppels – die bij de afscheiding van ieders gebied kennelijk problemen hadden gegeven – moesten worden dichtgegooid. Of deze akte inderdaad leidde tot beëindiging van de problemen is onbekend. Zeker is dat de problemen bij de vervening of turfwinning bleven, zij het niet door de grondexploitanten onderling, maar door illegale turfwinning vanuit het Gooi. Hierover kan men meer lezen door HIER te klikken. Voor de transcriptie van de oorkonde klikke men aan: Overeenkomst over het afpalen van ontginningspercelen

 

AD

 

Bron: Utrechts Archief, toegang 222, kapittel van Sint Jan te Utrecht, nr. 491.